De land- en tuinbouw heeft te maken met een aantal belangrijke ontwikkelingen, zoals: De Europese ondersteuning van productprijzen middels exportrestituties, importheffingen en gesubsidieerde programma’s wordt afgebouwd. Alle sectoren krijgen hierdoor in versterkte mate te maken met invloeden van de vrije markt.Er is een versterkte aandacht van consumenten voor kwaliteit van product, productiewijze en het beheer van de natuurlijke omgeving. De hechte relatie tussen boeren en tuinders enerzijds en de (coöperatieve) afzetorganisaties anderzijds staat onder druk. Voor vraag gestuurd produceren ontbreekt vaak marktmacht omdat er onvoldoende schaalgrootte georganiseerd kan worden. Hiermee ontstaat grotere onzekerheid over te realiseren prijsniveaus in de markt. Tegelijk biedt dit kansen om voor specifieke markten en marktsegmenten te produceren. Goed inspelen op deze ketenomkering vraagt om hoogwaardig ondernemerschap van boeren en tuinders. Sterke bedrijven (primaire producenten) die marktgericht produceren zijn van groot belang. Voor de ondernemers zelf, omdat uit de markt het inkomen in belangrijke mate zal moeten komen. Voor de sector als totaal (de totale agribusiness keten), want sterke agrarische ondernemers dragen in belangrijke mate bij aan de kracht van het agribusiness complex. Maar sterke bedrijven zijn ook voor de maatschappij van belang. Vanwege voedselproductie als basisvoorziening. Maar ook omdat primaire bedrijven dragers zijn van cultuur en natuur en daarmee de leefbaarheid in het landelijk gebied. De uitdaging ligt er derhalve ‘te zorgen dat’ primaire producenten hun kennis, competenties en vaardigheden om strategische keuzes te maken (verder) ontwikkelen.
Doel
Het doel is door nieuwe initiatieven van samenwerking tussen ondernemers te komen tot een integrale gebiedsaanpak met de focus op landbouw. Dit zal leiden tot nieuwe vormen van agrarische bedrijvigheid en bijbehorende activiteiten.Uitgangspunten voor deze veranderende omgeving zijn: aandacht voor de samenleving, landschappelijke ontwikkeling, ruimte voor water, recreatief medegebruik en nieuwe vormen van energie en het EU-landbouwbeleid en duurzaam ondernemen.
Deze uitgangspunten vormen het tweede doel: het vinden van een duurzame balans tussen Omgeving, Onderneming en Ondernemer. (de 3 O’s)
Te bereiken door:
- Verbeteren van de concurrentiekracht van agrarische ondernemingen door het verder ontwikkelen van ondernemerscompetenties.
- Het opstellen van lange termijndoelen en een meerjarenplanning inclusief financiële onderbouwing samen met hbo- en mbo studenten
- Samenwerking vergroten tussen bedrijven onderling , met onderwijs en platteland. Waarbij een duurzame, vitale landbouw centraal staat.
Januari 2010-juli 2010
Vervolg in 2010/2011
Contacten
Projectbureau Agenda voor de Veenkoloniën
Ko Munneke (Agenda programmabureau)
Bram Prins (Lei Wageningen Universiteit)
Jacob Duinstra ( Van Hall-Larenstein)
Evert Mulder ( Aoc Terra)
Agrarisch Ondernemers (Zuid-Oost Drenthe)
MKB bedrijven (Zuid-Oost Drenthe)
Henriet Buikema (Coördinator Werkplaats)
Aspecten
- Analyseren van de huidige en toekomstige marktomstandigheden voor het bedrijf d.m.v. training en leerarrangementen gericht op het bevorderen van ondernemerschap
- Als trainingsmethode wordt gebruik gemaakt van Interactief Strategisch Management (ISM)
- Zicht krijgen op persoonlijk ondernemerschap en de concurrentiekracht van de onderneming.
- Uitwerken van toekomstplannen/thema’s voor en met ondernemers uit het gebied.
- Analyseren en presenteren van de plannen.
Het opbouwen van een eigen netwerk binnen de agrarische sector in Noord-Nederland. Ervaringen opdoen met het werken in een project-team. Het ontwikkelen van strategische management competentie’s. Bijdrage leveren aan de toekomst-ontwikkeling van de veenkoloniën. Verbeteren van je kansen op de arbeidsmarkt. Deskundigheids bevordering voor alle deelnemers, zowel ondernemers, studenten als docenten met een directe link naar de proefboerderijen akkerbouw en veehouderij
Informatiebronnen
Op websites en in tijdschriften, brochures, en boeken is veel informatie te vinden over het onderwerp. Ook in de mediatheek/bibliotheek van de WUR en vanHall Larenstein veel informatie te vinden . Ook zijn proefboerderijen en onderzoeksinstituten een belangrijke bron van informatie. Opdrachtgevers, vakmensen, praktijkmensen, leveranciers, ingenieursbureau’s weten veel van die informatie op waarde te schatten.
Bijlage
Zie standaard bijlagen
































