De Drents-Groningse Veenkoloniën vormen een uniek landschap, te weten het veenlandschap. Dit is een open landschap met vele wijken en kanalen en met een grote cultuurhistorische waarde. Echter zijn er ook negatieve kanten, deze zijn samen te vatten in de begrippen eenzijdigheid, afhankelijkheid en een negatief imago. Om dit te veranderen is de Agenda voor de Veenkoloniën in werking gesteld.Dit deelonderzoek van de Agenda voor de Veenkoloniën heeft als doelstelling:
Inzicht geven of er bij de ruimtelijke ontwikkelingen in twee gemeenten in de Drents-Groningse Veenkoloniën rekening is gehouden met de oorspronkelijke wijken en kanalen en in hoeverre dat is gebeurd.
Voor dit onderzoek zijn er twee van de negen gemeenten in de Drents-Groningse veenkoloniën geselecteerd, namelijk de gemeente Hoogezand-Sappemeer en Stadskanaal. Deze gemeenten zijn geselecteerd aan de hand van de volgende aspecten: periode waarin het veen is afgegraven, de oppervlakte van de gemeente, het wateroppervlakte, het aantal inwoners en de dichtheid van de bevolking (inwoners per km2). De gemeente Hoogezand-Sappemeer was één van de eerste gemeenten waarin de veenafgravingen in de Drents-Groningse veenkoloniën plaatsvonden. Hierbij is nog een relatief groot wateroppervlakte over en heeft de gemeente een hoge bevolkingsdichtheid.
De gemeente Stadskanaal is in feite het tegenovergestelde: de veenafgravingen vonden in een latere periode plaats, er is nog weinig oppervlakte aan water over en de bevolkingsdichtheid is veel lager.
Vervolgens is uitgezocht hoe het oorspronkelijke gebied eruit zag, met andere woorden: wat zijn de oorspronkelijke wijken en kanalen? Hiervoor zijn kaarten opgezocht die dateren uit de periode van de veenafgravingen waarop wordt aangegeven hoe de wijken en kanalen er in het gebied bij lagen. Voor de gemeente Hoogezand-Sappemeer is er een kaart van het jaartal 1851. Op deze kaart zijn de lintstructuren duidelijk zichtbaar, net als de wijken en kanalen.
De oorspronkelijke kaart die is gebruikt voor de gemeente Stadskanaal dateert uit 1928-1933. Hierop is te zien dat in het oosten en zuidoosten kleinere percelen zijn dan aan de westzijde van Stadskanaal. Vooral in het gebied dat ten noordwesten van Stadskanaal ligt, zijn de percelen groter.
De volgende stap was een aantal kaarten te bestuderen uit het gebied. De eerste kaart dateert van de periode vlak na de veenafgravingen. De kaarten die daarop volgen schelen ongeveer 10 jaar tot aan heden.
Daarbij zijn ook de ruimtelijke ontwikkelingen bestudeerd door middel van het lezen van de documenten die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening (structuurvisie, bestemmingsplannen, etc.).
Voor de gemeente Hoogezand-Sappemeer kan hierover het volgende geconcludeerd worden.
In de voormalige gemeenten Hoogezand en Sappemeer zijn er geen grote ontwikkelingen geweest welke het ruimtelijke aspect van de gemeente dusdanig beïnvloed hebben. Na de samenvoeging van de gemeenten Hoogezand en Sappemeer in 1949, heeft het gebied zich ontwikkeld door het aantal woningen en industriegebieden uit te breiden. In deze periode van ontwikkeling is er geen rekening gehouden met de oorspronkelijke wijken en kanalen, uitbreiding vond men op dat moment belangrijker.
Deze ontwikkeling is in de jaren 70 gestagneerd. In deze tijd ging men ook meer waarde hechten aan het gebied. De wijken en kanalen mochten niet meer zomaar gedempt worden.
Tot aan heden wordt er zorg besteed aan het behouden van de nog aanwezige wijken en kanalen.
Dit is vooral terug te zien in Kiel-Windeweer.
De gemeente Stadskanaal is in 1969 opgericht (uit de gemeenten Onstwedde en delen van Wildervank). Voor 1969 zijn er weinig gegevens over de ontwikkelingen van de oorspronkelijke gemeenten. Uit de kaarten blijkt ook dat er weinig ruimtelijke ontwikkelingen zijn geweest.
Na de oprichting zag men het veenkoloniale deel van de gemeente (het andere deel is het Westerwoldse deel) als landbouwgebied en de aanwezige wijken en kanalen werden gedempt als dit de ontwikkelingen in de landbouw tegenhield.
In de daaropvolgende jaren is er besloten dat het specifieke karakter van het open en uitgestrekte veenkoloniale landschap behouden moet blijven, maar dit is nog wel ondergeschikt aan de landbouw in dit veenkoloniale deel van de gemeente.
In de jaren 80 zijn er gebieden waar verdichting wordt bevorderd in de gemeente, vooral langs de bebouwing. Ook zijn er een aantal sloten en kanalen gedempt, maar als randvoorwaarde is gesteld dat de kenmerkende opstrekkende richting van kavels en waterlopen gehandhaafd dient te worden.
Ook in de daarop volgende jaren heeft er verdichting plaatsgevonden in de gemeente.
De nog aanwezige wijken worden wel beschermd in het bestemmingsplan.
Naar aanleiding van de doelstelling kan het volgende antwoord worden gegeven:
In de periode na de veenafgravingen vinden er betrekkelijk weinig ontwikkelingen plaats. De ontwikkelingen komen pas na de Tweede Wereldoorlog en in de gemeente Stadskanaal pas in de zeventiger jaren op gang. Tijdens deze ontwikkelingen is er weinig tot geen rekening gehouden met de wijken en kanalen in het gebied, uitbreiding van de industrie en woningen vond men op dat moment belangrijker.
Toen deze ontwikkelingen stagneerden, is men meer waarde gaan hechten aan de wijken en kanalen en de openheid van het landschap. Voor de gemeente Hoogezand-Sappemeer was dit in de zeventiger jaren, bij de gemeente Stadskanaal in jaren 80-90. Sinds deze tijden worden de kenmerkende eigenschappen van het veenkoloniale gebied dan ook beschermd.
Wat wel opvallend is, is dat in de gemeente Hoogezand-Sappemeer gesproken wordt over de bescherming van de wijken en kanalen, zo ook de lintstructuur van de bebouwingen, terwijl er in de gemeente Stadskanaal veel waarde wordt gehecht aan het open karakter van het landschap.
Downloads:
>> verslag
>> presentatie
>> poster
Een inventarisatie en analyse van de ruimtelijke ontwikkelingen van twee gemeenten in de Drents-Groningse Veenkoloniën

































